De doorstroomtoets is een instrument dat gelijke kansen bevordert bij een soepele overgang van leerlingen van het primair naar het voortgezet onderwijs. Dat herhaalt staatssecretaris Mariëlle Paul in antwoord op Kamervragen van D66.
De vragen van D66’er Ilana Rooderkerk volgden op de weigering van drie openbare basisscholen in Haarlem en een katholieke basisschool in Bergen om alle groep 8-leerlingen te verplichten de doorstroomtoets te laten maken. Daarmee gingen deze scholen in tegen de wet.
De weigerende scholen van stichting Spaarnesant in Haarlem en stichting Samen Katholieke Scholen (SaKS) gaven aan dat de doorstroomtoets in hun ogen ongeschikt is als objectief tweede gegeven naast de schooladviezen. ‘De toets geeft geen goed beeld van wat leerlingen daadwerkelijk hebben geleerd en wat zij in de toekomst kunnen bereiken en doet dus geen recht aan hun potentieel’, benadrukte bestuurder Marten Elkerbout van Spaarnesant.
Staatsecretaris Paul reageerde woedend op het besluit van Spaarnesant en SaKS. Zij besloot door middel van een spoedaanwijzing de stichtingen te dwingen alle leerlingen alsnog de doorstroomtoets te laten maken. In deze brief aan de Tweede Kamer wees ze erop dat wet moet worden nageleefd, in het belang van leerlingen. ‘Ik vind het buitengewoon ernstig dat schoolbesturen in Nederland willens en wetens de wet overtreden.’
Een spoedaanwijzing kan er in het uiterste geval toe leiden dat de rijksbekostiging wordt stopgezet. Dat vooruitzicht was voor de scholen te ingrijpend. Zij besloten om alle leerlingen alsnog de doorstroomtoets te laten maken. Voor de staatssecretaris was dat reden om haar spoedaanwijzing in te trekken.
Kansengelijkheid
Uit het antwoord op de vragen van Tweede Kamerlid Rooderkerk over deze kwestie, blijkt dat Paul de doorstroomtoets blijft zien als een instrument dat gelijke kansen bevordert bij een soepele overgang van leerlingen van het primair naar het voortgezet onderwijs.
‘Uit verschillende onderzoeken weten we dat bepaalde leerlingen vaker te maken hebben met een onderschatting van hun vaardigheden, zoals leerlingen uit gezinnen die het financieel moeilijker hebben, leerlingen op het platteland, leerlingen met een migratieachtergrond en meisjes. Het belang van de doorstroomtoets ligt dan ook in het feit dat de toets voor leerlingen een objectief, tweede gegeven is bij het voorlopige schooladvies. Dat maakt het risico op onderadvisering voor deze doelgroepen kleiner.’