Het is begrijpelijk dat de Onderwijsraad in zijn advies Grenzen stellen, ruimte laten zich vooral richt op het bijzonder onderwijs. De raad miskent hiermee niet de grondwettelijke positie van het openbaar onderwijs. Dat stelt staatssecretaris Mariëlle Paul van OCW in antwoord op Kamervragen.
Het advies uit oktober 2021 gaat over artikel 23 van de Grondwet en hoe de daarin vastgelegde vrijheid van onderwijs zich verhoudt tot de democratische rechtsstaat. De kern van het advies is dat helder moet worden afgebakend wat in het onderwijs moet, wat mag en wat niet mag als het gaat om de vrijheid van onderwijs. Daarbij moet volgens de raad altijd de democratische rechtsstaat als normatief kader gelden.
Democratische rechtsstaat
‘Scholen hebben zich aan het kader van de democratische rechtsstaat te houden, leveren er een bijdrage aan en mogen het niet ondermijnen. Dit geldt ook voor de overheid. Die moet de grenzen aan de vrijheid van onderwijs duidelijker aangeven en deze scherper handhaven. Die begrenzing is nodig, zodat de vrijheid van onderwijs de ruimte in het onderwijs voor de eigen overtuiging en pedagogische opvattingen, toekomstbestendig is binnen de democratische rechtsstaat en de samenleving’, zo staat in het advies.
Het gaat er daarbij met name om dat scholen niet mogen discrimineren op afkomst, religie, geaardheid en sekse en ook geen enkele leerling mogen indoctrineren. VOS/ABB laat in 2021 weten het ‘buitengewoon positief’ te vinden dat de Onderwijsraad dit benoemt en voegt daaraan toe dat deze uitgangspunten voor openbare scholen niet meer dan vanzelfsprekend zijn: ‘De kernwaarden van het openbaar onderwijs zijn niet voor niets gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting’.
Garantiefunctie openbaar onderwijs
In reactie op het advies laat VOS/ABB echter ook weten het jammer te vinden dat de Onderwijsraad slechts marginaal aandacht heeft voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs. ‘Openbaar onderwijs is het fundament van dit grondwetsartikel, in die zin dat overal in Nederland voldoende openbare scholen móeten zijn en dat er daarnaast op particulier initiatief ook bijzondere scholen mógen bestaan. Deze grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs wordt in het advies helaas slechts marginaal benoemd. In die zin gaat de Onderwijsraad de discussie over artikel 23 volledig uit de weg. Het advies lijkt dan ook vooral geschreven voor het bekostigd bijzonder onderwijs, en niet over het gehele duale bestel te gaan.’
De SP in de Tweede Kamer ziet dit punt ook en vraagt ‘of het kabinet de kritiek deelt van VOS/ABB dat het advies van de Onderwijsraad weliswaar raakt aan de positie van het openbaar onderwijs, maar dat het primaat hiervan zoals bedoeld in de Grondwet wordt miskend’. Paul antwoordt dat het haar beeld is dat het advies de positie van het openbaar onderwijs niet miskent. ‘Dat de Onderwijsraad zich in haar advies vooral richt op het bijzonder onderwijs, vind ik begrijpelijk gegeven het onderwerp en de boodschap van het advies’, aldus Paul.